Gelderman

Familie Gelderman 1817-1975
Toonbeeld van de textielindustrie

Tijd van burgers en stoommachines
De bloei van de textielindustrie in Oldenzaal is ondenkbaar zonder de familie Gelderman. Afkomstig uit Gildehaus vestigde P.J. Gelderman zich in het voorjaar van 1817 met vrouw en kinderen als katoenspinner in de stad Oldenzaal. Zijn nageslacht zou een indrukwekkend textielimperium in de stad weten op te bouwen.

 

Hermannus Philippus Gelderman

De oudste zoon Hermannus Philippus Gelderman (1808-1888), begonnen als loonfabrikant en directeur van de stadsarmenfabriek, slaagde erin zich tussen 1837 en 1860 op te werken tot een succesvol ondernemer. Al in 1854 kon hij zich als eigenaar van 535 weefgetouwen de grootste werkgever van Oldenzaal noemen. Door actief deel te nemen in de spoorweg Almelo-Salzbergen kreeg hij de beschikking over goedkope steenkool uit de mijn Ibbenbüren. Zo werd de nieuwbouw van een stoomweeffabriek en stoomspinnerij voor katoen en jute naast deze spoorlijn een zeer rendabele investering.

 

Diederich Gelderman

Stamhouder Diederich Gelderman (1840-1907) bouwde de firma H.P. Gelderman & Zonen verder uit. Enige zeggenschap voor zijn arbeiders in het sociaal beleid of de bedrijfsvoering stond hij niet toe. Vanuit een paternalistische houding "wij moeten onze arbeiders opvoeden" streefde hij wel een goede verstandhouding met hen na, maar dan gericht op het zakelijk belang. Werkstakingen zoals in Enschede en Almelo kwamen niet voor. Het bedrijf maakte behoorlijke winsten. De gegevens van de hoofdelijke omslag voor de gemeente Oldenzaal geven ons een goed inzicht in de inkomenspo-sitie van de familie Gelderman. Hieruit blijkt dat tussen 1908 en 1920 de eerste zeven plaatsen bezet werden door de leden van de familie Gelderman. In 1931 was meer dan ⅓ van de Oldenzaalse beroepsbevolking in dienst van H.P. Gelderman & Zn. Behalve in directe dienst bij Gelderman waren er velen die indirect van de onderneming afhankelijk waren, zoals middenstands-bedrijven en vervoersbedrijven. Geschat werd dat in 1940 zo'n 50% van de Oldenzalers afhankelijk was van deze broodheer.

 

Maatschappelijke interesses en voorzieningen

Vanaf het begin bekleedden de firmanten maatschappelijke functies in Oldenzaal en daarbuiten. De familie voelde zich zeer betrokken bij de stad Oldenzaal. Een eigen Stichting voor Ontwikkeling en Ontspanning ontwikkelde een groot aantal activiteiten voor brede lagen van de bevolking. Zo had Oldenzaal al in 1925 een overdekte bad- en zweminrichting, betaald door Gelderman. Aan de Haerstraat verrees een modern voetbalveld met overdekte tribune voor de voetbalclub Oldenzaal. De muziekvereniging Semper Crescendo en het rk-ziekenhuis konden altijd rekenen op financiële ondersteuning. In 1923 kwam er op de Groote Markt een muziektent, die na de oorlog is afgebro-ken. Op Koninginnedag 1930 schonk de familie de gemeente een carillon voor de Plechelmustoren. Gelderman liet het park Kalheupink aanleggen, dat voor iedereen toegankelijk was.

 

Joan Gelderman

De kleinzoon van H.P. Gelderman, Joan (1877-1975), maakte tijdens zijn lange leven de bloei en ondergang van het familiebedrijf mee. Geboren in Oldenzaal volgde hij nog als één van de laatste leerlingen de Latijnse School. Daarna doorliep hij de Nederlandse School voor Nijverheid en Handel in Enschede en de gebruikelijke stage in de Engelse textielindustrie. Als 28-jarige werd hij in 1905 firmant. Daarvóór stond hij al aan de wieg van de eerste Overijsselse elektriciteitscentrale, het Twentsch Centraal Station voor Stroomlevering in Hengelo. Hiermee liep Twente voorop in Neder-land. Als financieel econoom was Joan Gelderman vooral actief op het politieke vlak. In 1914 werd hij lid van de gemeenteraad van Oldenzaal en van 1928 tot 1946 was hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Waar mogelijk maakte hij zich sterk voor de Twentse katoenindustrie. Hij was medeoprichter van het Economisch Instituut voor de Textielindustrie te Rotterdam. Ook internatio-naal genoot hij groot aanzien. Zo was hij adviseur van de Nederlandse regering bij de Economische Wereldconferentie te Genève in 1938. Onder zijn vele commissariaten was dat van President-Commissaris van de Nederlandse Spoorwegen en Heemaf. In het Palthe-Huis hangt een prachtig potret van deze laatste textielbaron van Oldenzaal, geschilderd door Carel Willink.
 
Informatie afkomstig van Regio Canons