Geschiedenis Arboretum Poort Bulten

Arboretum Poort Bulten ligt vlakbij De Lutte aan de linkerkant van de weg van Losser naar De Lutte. Het terrein grenst aan de spoorlijn Oldenzaal-Bentheim. Het terrein is ongeveer 19 ha groot: 8,6 ha wordt in beslag genomen door het arboretum zelf. De rest van het terrein is een poelenlandschap (6,5 ha) en er is nog een bosstrook van 5 ha.

Voorgeschiedenis

Eind 19e eeuw was bijna alle grond tussen Losser en De Lutte in gebruik als akker- en weidegrond (heide), met hier en daar wat bos. Op de heide werden schapen gehouden. De mest van de schapen werd gebruikt om de landbouwgrond (de essen) vruchtbaar te maken. Na de uitvinding van kunstmest waren er geen schapen en dus ook geen heide meer nodig. De grond werd dan ook verkocht aan particulieren.

Geschiedenis van het arboretum

In Twente was de textielindustrie op zijn hoogtepunt. De textielfabrikanten maakten grote winsten, waarvoor uiteraard een bestemming gezocht moest worden.

Eén van de fabrikanten was H.J.H. Gelderman uit Oldenzaal. Hij was een verzamelaar van bomen en om een plek te hebben om al zijn bomen te kunnen plaatsen, kocht hij in 1910 het stuk heide en bos waarop wij nu het arboretum kunnen vinden.

Als landbouwgrond was deze grond minder geschikt, omdat er in de voorlaatste ijstijd een laag keileem (fijnkorrelige klei) gevormd was, die slecht waterdoorlatend is. Deze keileemlaag bevindt zich tussen 0 en 80 cm onder het maaiveld. Aanvankelijk werd alleen de heide ontgonnen om er een pinetum (verzameling naaldbomen) te huisvesten.

In 1912 kreeg de bekende dendroloog (bomenkenner) en tuinarchitect Leonard A. Springer de opdracht het pinetum uit te breiden tot een park met allerlei verschillende bomen uit de hele wereld en ontstond het huidige arboretum (definitie arboretum: een verzameling winterharde bomen en heesters met een houtachtige structuur). Hij koos voor deze vorm omdat het op dat moment in de mode was.

Ontwikkeling

Voordat de bomen werden geplaatst werd de grond eerst vruchtbaar gemaakt d.m.v. zgn. ‘groenbemesting’, dat wil zeggen er werden lupines ingezaaid die voor de stikstof in de grond zorgden.

Springer kreeg de opdracht het park zodanig te ontwerpen dat de bomen niet alleen van dichtbij maar ook op afstand goed te zien zouden zijn. Om die reden lopen de wandelpaden om en langs groepen bomen met daartussendoor grasvelden.

Er werden aanvankelijk ongeveer 400 bomen en 1200 heesters aangeplant. Slechts enkele van de bomen kwamen van nature in ons land voor. Verreweg de meeste kwamen elders uit Europa of uit andere delen van de wereld. Ze hadden gemeen dat ze allemaal op ongeveer dezelfde breedtegraad groeiden vanwege de eis dat ze winterhard moesten zijn.

Bij de inrichting is Springer uitgegaan van een zo uitgebreid mogelijke verzameling bomen en heesters, waarbij de vertegenwoordigers uit één geslacht in groepen bij elkaar gezet werden. De heer Gelderman verzamelde bomen op uiterlijk. (In principe staat er van elke boomsoort of heester slechts één exemplaar -> nu niet meer!!)

In de Tweede Wereldoorlog is het park sterk verwaarloosd. De tuinarchitect Hendriks kreeg in 1948 opdracht voor de restauratie. Na de overname in 1973 door het Recreatieschap Twente (nu Regio Twente) werd de restauratie voltooid.

Beheer

van 1973 t/m 25 april 2016 werd het arboretum beheerd door Regio Twente, een samenwerkingsverband van alle Twentse gemeenten. Op 25 april 2016 is het eigendom overgedragen van Regio twente naar st. Natuurmonumenten. Er werken in de week permanent 4 mensen om het park te onderhouden. In het hoogseizoen komen daar nog een aantal bij.

Er is een eigen kwekerij. Als er een boom dood gaat wordt hij zo snel mogelijk vervangen door een zelfde exemplaar. Men zorgt ook voor de eigen compost door alle groenafval naar één bepaald punt in het park te brengen.

De grasvelden hebben een bijzondere functie. Sommige grasvelden worden onderhouden als een gazon, zodat het publiek erop kan lopen. Andere worden slechts één maal per jaar, nadat de bloemen zijn uitgebloeid en het zaad is gevormd, gemaaid.

Het maaisel wordt afgevoerd zodat een verschraling van de bodem plaatsvindt. De bloemen- en plantenrijkdom in het arboretum is dan ook bijzonder groot! Door deze grote hoeveelheid aan planten komen er in het arboretum ook heel veel verschillende insecten en als gevolg daarvan, weer heel veel vogels voor.

Door het hele park hangen diverse nestkastjes. De Losserse vogelwerkgroep zorgt daarvoor en maakt elk jaar een nestkastenverslag.

Door de graslanden worden looppaden gemaaid, zodat de bezoekers alle planten en bomen van dichtbij kunnen bekijken.

Het arboretum nu

Het arboretum heeft zich ontwikkeld tot één van de mooiste bomenparken van ons land. Inmiddels is de collectie uitgebreid tot ongeveer 2500 bomen en heesters, verdeeld over 1000 verschillende soorten. Zo zijn er vele soorten loof- en naaldbomen. Er zijn ook veel geënte bomen. Deze zijn herkenbaar, doordat de stam twee verschillende diktes boven elkaar heeft en bovendien vaak twee verschillende schorsstructuren heeft.

De bodem van het arboretum is behoorlijk zuur (PH van ca. 4) en vertoont op korte afstand grote verschillen. De bodem bestaat in het algemeen uit kalkarm lemig zand tot leem met tertiaire klei en/ of keileem.

Het hele park wordt doorkruist door vele afwateringsslootjes om het regenwater af te kunnen voeren dat vanwege de keileemlaag niet in de bodem weg kan zakken.

Door deze bodemgesteldheid is het zeer moeilijk om jonge boompjes door de eerste groeiperiode heen te helpen. Ze beginnen hun leven daarom meestal in de kwekerij.

Het arboretum wordt van zuid naar noord doorsneden door een natuurlijke beek die ontspringt in de buurt van de Tankenberg. Hij loopt naar de Teusinkbeek (ook wel Hengelheurnebeek genoemd) en komt uiteindelijk uit in de Dinkel.

De beek bevat schoon water, heeft steile oevers en meandert op een natuurlijke wijde door het park. Hij vormt een uitstekende biotoop o.a. voor de zeldzame ijsvogel.

Het oorspronkelijke arboretum ligt aan de oostkant van de beek. Ten westen van de beek was weiland. In 1992 heeft men dit gebied omgevormd tot een poelenlandschap. De uitgegraven grond werd gebruikt om het landschap er omheen reliëf te geven. Vanaf 1992 is tussen de spoorlijn en het poelenlandschap een populetum (verzameling populieren) aangelegd. In het arboretum zijn speciale voorzieningen voor visueel gehandicapten getroffen. Er is een speciale route uitgezet langs 23 opmerkelijke bomen en struiken. Er zijn bordjes in braille en bordjes voorzien van grote letters. 

Alle bomen en heesters zijn voorzien van naambordjes. Daarop staat in het Latijn, Nederlands en Duits de soortnaam en de naam van de familie vermeld. Tevens wordt het land of de streek van herkomst vermeld. Wanneer er een X op het bordje staat betekent dat we te maken hebben met een kruising. De cijfers verwijzen naar de cijfers in de catalogus.

Het poelenlandschap

Het poelenlandschap bestaat uit een aantal kleine en grotere vijvers. Oorspronkelijk was er slechts één vijver gelegen in de buurt van het zomerhuis dat de familie Gelderman aan de rand van het arboretum had gebouwd. Daar omheen zijn een aantal kleine vijvers gegraven, die verschillende biotopen vormen (veel of weinig bomen en/of begroeiing, veel of weinig zon), waardoor de plantengroei erin en eromheen verschillend is. Er is een rijk geschakeerde natuurlijke plantengroei met ruim 120 planten.

Het poelenlandschap herbergt ook veel dieren, zoals vissen, watervogels, amfibieën, konijnen, muizen, etc. Er is een drietal grotere vijvers gegraven die onderling met elkaar in verbinding staan. De oorspronkelijke kleine vijver vormde de basisplek voor de verspreiding van o.a. amfibieën. Er zijn verschillende onopvallende stuwtjes gebouwd die ervoor zorgen dat het water wordt vastgehouden. Wanneer er erg veel regen valt dat door de aanwezige keileemlaag niet snel genoeg weg kan zakken, kan het langs de stuwen wegvloeien. Hierdoor komen de vijvers eigenlijk nooit leeg te staan. De vijvers staan niet in verbinding met de omringende landbouwgronden en bevatten uitsluitend puur regen en kwelwater. Het poelenlandschap is een open glooiend landschap waar in tegenstelling tot het oorspronkelijke arboretum uitsluitend streekeigen bomen en heesters staan. Uitgezonderd enkele solitaire soorten die als ijstijdrelicten bekend staan.

Verspreid liggen rond de vijvers groepen grote keien afkomstig uit de voorlaatste ijstijd. Deze zijn hier terechtgekomen doordat zij door het landijs vanuit noordelijker streken, bij de vorming van de Oldenzaalse stuwwal, hierheen geduwd zijn. Die keien zijn opgegraven toen de A1 werd aangelegd. Nu ze aan de oppervlakte liggen zijn ze blootgesteld aan weer en wind. Gevolg: zacht gesteente brokkelt af, hard gesteente kan gaan barsten.

Op één van de heuvels is een pal met een wagenwiel er bovenop geplaatst in de hoop, dat zich in het park nog eens ooievaars zullen vestigen.

Het informatiecentrum

Op het terrein van het arboretum is een informatiecentrum gebouwd. Het is opgetrokken rond een oud oorspronkelijk eiken gebint, afkomstig uit Duitsland. Later is dit gebruikt voor een boerderij in de Zoeke. Aan de gemerkte balken kun je zien dat zij zijn verplaatst.


In het Infocentrum zijn steeds wisselende tentoonstellingen (door Regio Twente). Verder kunnen bezoekers hier boeken inkijken, folders meenemen. Er is voor kinderen een ‘voelkast’ (gemaakt door leden van het IVN Losser), kinderen kunnen er kleurplaten krijgen, etc. Er wordt overigens niets verkocht. Op zondagen en op afspraak kan er koffie, thee en frisdrank gebruikt worden.

Bijenhuis het Iemenschoer

Het arboretum met zijn rijke plantengroei is een ideale omgeving voor o.a. bijen die voor de bestuiving zorgen. Speciaal voor deze dieren is het Iemenschoer gebouwd. Er zijn verscheidene bijenkasten. In het huisje hangen allerlei platen en er is een doorzichtige bijenkast, zodat bezoekers met eigen ogen kunnen zien hoe het inwendige van een kast eruit ziet.

Aan de buitenkant hangt een speciaal kastje voor solitaire bijen. Mensen van de bijenvereniging Ambrosius uit Oldenzaal verzorgen deze bijen. Er wordt honing, kaarsen en bijenwas verkocht op de plantenkijkdagen.

Auteur:
Mary Egbers
Natuurgids IVN Losser
Secretariaat: IVN Losser: